Deze functionaliteit is alleen in bepaalde modulepakketten beschikbaar. Info / Copyright

Tabblad Montagegegevens

Op dit tabblad definieert u de montagegegevens voor artikelen die niet bij de Productgroep "Kabels" horen.

Overzicht van de belangrijkste dialoogvensterelementen:

Breedte / Hoogte / Diepte:

In deze velden kunt u apparaatspecifieke maten invoeren in mm. Bij de toepassing van bedradingssytemen moet de maten overeenkomen met die van het montageprofiel, de bedradingskam of de montagestrook.

Opmerking:

Als er een schakelkastsokkel uit het dialoogvenster Toebehorenplaatsing moet worden geplaatst die in het artikelbeheer is gedefinieerd met de eigenschappen breedte, hoogte en diepte, moeten de waarden van de eigenschappen diepte en hoogte van het artikel worden verwisseld om ervoor te zorgen dat het toebehoren op de correcte positie wordt geplaatst.

Benodigde ruimte:

Deze waarde wordt berekend zodra u [Extra] > Benodigde ruimte hebt gekozen. Daarbij worden de waarden uit de velden Breedte en Hoogte gebruikt, waarbij de volgende formule wordt gehanteerd:
(b*h) waarbij b = breedte en h = hoogte.

Externe plaatsing:

Schakel dit selectievakje in wanneer het artikel als "extern geplaatst" is aangeduid en daarmee wordt uitgesloten van verwerking in de schakelkastopbouw (bijvoorbeeld motoren of generatoren).

Grafische macro:

De grafische macro geeft de relatie weer tussen een artikel en de EPLAN-macro voor de grafische weergave van dit artikel. Via het selectievakje Voorbeeld in het dialoogvenster Grafische macro selecteren kunt u het grafische voorbeeld van het actueel geselecteerde macrobestand laten weergeven. Het voorbeeld wordt alleen correct weergegeven als er een project is geopend. Als er geen project is geopend, ontbreekt de projectspecifieke informatie. In dat geval worden ontbrekende symbolen door rode kruisjes weergegeven.

In dit veld kunt u ook contouren van het type "Contour-extrusie" opslaan. Deze contourtekeningen kunnen voor het plaatsen van gebruikergedefinieerde rails in de layoutruimte worden gebruikt.

Via de snelmenuopdracht Padvariabele invoegen opent u het dialoogvenster Padvariabele selecteren, waaruit u een van de beschikbare padvariabelen kunt overnemen.

Opmerking:

Houd rekening met onze aanbevelingen voor het werken met 2D- en 3D-macro's.

Afbeeldingsbestand:

Opmerking:

Deze toekenning is met name van belang bij de apparaatselectie en resulteert uit de stekerselectie met stekersymboolvoorbeeld.

Via de snelmenuopdracht Padvariabele invoegen opent u het dialoogvenster Padvariabele selecteren, waaruit u een van de beschikbare padvariabelen kunt overnemen.

Middenverschil:

Als het artikel in het vooraanzicht niet gecentreerd moet worden geplaatst, geeft u hier de verspringing ten opzichte van het midden van de montagerail op. De component wordt dan automatisch met deze waarde verplaatst.

Opmerking:

Deze functie is uitsluitend bestemd voor de add-on "Pro Panel"; de eigenschap is dus niet van invloed op de 2D-schakelkastopbouw.

Clip-on-hoogte:

De clip-on-hoogte beschrijft de positie in zijaanzicht of van boven / onder. Bij de plaatsing op een montagerail wordt de component automatisch met de juiste inbouwdiepte op de rail geplaatst. Als de rail wordt verwisseld, beweegt de component in de hoogte mee. De component wordt dus niet uitgelijnd t.o.v. de onderzijde van de rail, maar t.o.v. de bovenkant op basis van de hier opgegeven waarde.

Opmerking:

Deze functie is uitsluitend bestemd voor de add-on "Pro Panel"; de eigenschap is dus niet van invloed op de 2D-schakelkastopbouw.

Inbouwdiepte:

Voer hier de inbouwdiepte in "mm" in (standaardinstelling is 0 mm). Deze artikeleigenschap wordt bij een 3D-artikelplaatsing alleen in acht genomen wanneer er voor de artikelplaatsing geen 3D-grafische macro wordt gebruikt. Deze waarde definieert dan automatisch hoe ver een component tegengesteld aan de Z-as op het montageoppervlak in een andere component binnendringt wanneer het artikel is geplaatst.

Textuur:

Klik op [...] in dit veld om in het volgende bestandselectiedialoogvenster het gewenste afbeeldingsbestand voor de textuur te selecteren. Een dergelijk afbeeldingsbestand dat in dit veld is opgeslagen, wordt bij het plaatsen van het artikel in de layoutruimte – wanneer de artikelafmetingen beschikbaar zijn – op de voorzijde van het plaatste 3D-object weergegeven. Door het gebruik van een afbeeldingsbestand als textuur kan het oppervlak van een 3D-model gedetailleerder en realistischer worden weergegeven of kan de foto van een originele component worden afgebeeld.

Via de snelmenuopdracht Padvariabele invoegen opent u het dialoogvenster Padvariabele selecteren, waaruit u een van de beschikbare padvariabelen kunt overnemen.

Inbouwafstanden:

In deze velden kunt u de inbouwafstand in mm invoeren. Bij de toepassing van bedradingssytemen moet de maten overeenkomen met die van het montageprofiel, de bedradingskam of de montagestrook.
Wanneer u in deze velden waarden hebt ingevoerd, wordt de benodigde ruimte berekend ([Extra] > Benodigde ruimte) aan de hand van de volgende formule:
((b+ab) *(h+ah)) waarbij b = breedte, ab = inbouwafstand-breedte, h = hoogte en ah = inbouwafstand-hoogte.

Zie ook